Warmtepomp met propaan installeren

Veilig installeren van warmtepompen met propaan (R290) 

Is een warmtepomp met propaan veilig? Ja, een warmtepomp met propaan (R290) kan veilig worden toegepast. Warmtepompen met propaan (R290) als koudemiddel zijn niet gevaarlijker dan andere warmtepompen met een ander koudemiddel. Omdat propaan een brandbaar koudemiddel is, gelden wel specifieke eisen voor plaatsing, installatie en onderhoud.

Welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn, hangt onder andere af van de opstelling, de hoeveelheid koudemiddel en de voorschriften van de fabrikant. Plaats een warmtepomp met R290 niet in of boven holtes, nissen of andere plaatsen waar koudemiddel zich bij een lekkage kan ophopen. Let erop dat een eventuele lekkage nooit kan leiden tot het vrijkomen van koudemiddel binnen het gebouw of in situaties waarin personen gevaar kunnen lopen. 

Waar moet ik op letten bij een buitenopstelling van een monoblock warmtepompen?

Bij toepassing van een buitenopstelling van monoblock warmtepompen zijn vullingen relatief klein, wat bijdraagt aan veiligheid. Bij een buiten opgestelde monoblock warmtepomp met propaan (R290) moet je wel rekening houden met de voorgeschreven veiligheidszone rond het toestel. 

Binnen deze veiligheidszone mogen zich geen mogelijke ontstekingsbronnen bevinden. Houd bij het bepalen van de opstellingsplaats ook rekening met onder andere:

  • ramen en deuren;
  • ventilatieopeningen;
  • lichtschachten;
  • putten en andere laaggelegen openingen;
  • mogelijke ontstekingsbronnen.
De exacte veiligheidszone en vereiste afstanden verschillen per toestel. Volg daarom altijd de installatievoorschriften van de fabrikant. De juiste opstellingsplaats van een R290-warmtepomp bepaal je bij voorkeur al tijdens het ontwerp van de installatie. Zo kun je vooraf controleren of voldoende ruimte beschikbaar is voor de voorgeschreven veiligheidszone.

Bij nieuwbouw is daar meestal goed rekening mee te houden. In bestaande bouw kan dit lastiger zijn. Denk aan kleine tuinen, beperkte ruimte langs de gevel of ramen, deuren en ventilatieopeningen dicht bij de gewenste opstellingsplaats.

Door de opstelling vroeg in het project te bepalen, voorkom je dat je tijdens de installatie ontdekt dat de gekozen locatie niet aan de voorschriften voldoet.
Product Manager Erwin Janssen

Erwin Janssen

Product Manager

31 (0) 26 4459845

buitenopstelling warmtepomp veiligheidszone
Buitenopstelling warmtepomp propaan

Welke eisen gelden er voor een binnen opstelling van een R290 bodemwarmtepomp?

Voor binnen opgestelde brine/water-warmtepompen met propaan gelden aanvullende eisen. Welke maatregelen nodig zijn, hangt onder andere af van de hoeveelheid koudemiddel die bij een calamiteit kan vrijkomen. Bij een lekkage zou in een ruimte een brandbaar gas-luchtmengsel kunnen ontstaan. Voor warmtepompen met een koudemiddelvulling waar max. 150 gram koudemiddel uit kan stromen bij een calamiteit, dient de installatieruimte een vrij volume te hebben van 1,7 m^3.   Houd daarnaast altijd rekening met de geldende voorschriften, normen en installatie-instructies van de fabrikant.

Wat betekent de grens van 150 gram propaan in de praktijk?

Bij de alpha innotec bodemwarmtepompen van 4 en 6 kW, waaronder de WZSV 63, blijft de hoeveelheid R290 die kan vrijkomen onder de grens van 150 gram propaan. Daardoor zijn geen extra ventilatieaanpassingen nodig en verandert er dus niets aan de aansluiting. Dat houdt ontwerpen en installeren overzichtelijk, ook bij projecten vanaf 2027.

Is de koudemiddelinhoud hoger dan 150 gram? Dan zijn aanvullende veiligheidsmaatregelen nodig. Denk aan ventilatie, de inrichting van de opstellingsruimte, detectie en de veilige positionering van componenten. Er moet dan een ventilatievoorziening worden aangebracht die, indien er koudemiddel uit het circuit lekt, dit direct naar buiten afvoert. De exacte hoeveelheid koudemiddel is altijd te vinden op het typeplaatje van het toestel.

Alleen gecertificeerd vakpersoneel

Werken met R290 vereist specifieke vakbekwaamheid en certificering voor A3-koudemiddelen. Werkzaamheden aan installaties met brandbare koudemiddelen mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd en gecertificeerd vakpersoneel. Het betreft hier het werken aan het koudemiddel deel zelf.

Werk je aan een project met (bodem)warmtepompen? Betrek Nathan vroeg in het traject. Dan kijken we samen welke oplossing technisch,
praktisch en toekomstbestendig past.

Neem contact op met Nathan

Veelgestelde vragen over propaan

Dagelijks krijgen wij vragen over certificering, veiligheidsmaatregelen en de technische aspecten van propaan. Begrijpelijk, daarom hebben wij de veelgestelde vragen op een rijtje gezet.

 

Hoe groot mag bij propaan (R290) de koudemiddelvulling zijn en wat betekent dat praktisch?

Bij toepassing van een buitenopstelling van monobloc warmtepompen zijn vullingen relatief klein, wat bijdraagt aan veiligheid. Hier gelden wel veiligheidszones.

Voor binnen opgestelde warmtepompen geldt een grenswaarde van 150 gram. Indien er minder dan 150 gram zou kunnen weglekken, hoeven er geen aanvullende veiligheidsmaatregelen te worden toegepast zoals het geval is bij de WZSV 63K1/3M.

Daarboven dienen wel extra maatregelen te worden getroffen zoals een ventilatievoorziening naar buiten. Voor grotere systemen gelden andere grenswaarden en veiligheidsmaatregelen.

Is het hebben van een warmtepomp met propaan als koudemiddel gevaarlijk voor bewoners?

Een warmtepomp met propaan (R290) als koudemiddel is door de extra veiligheidsmaatregelen niet gevaarlijker dan andere warmtepompen met een ander koudemiddel. 

  • Ze bevatten slechts een kleine hoeveelheid propaan, meestal minder dan 1 kg. 
  • De koudemiddelkringloop is hermetisch afgesloten (d.w.z. geen schroefverbindingen die kunnen gaan lekken).
  • Bij lucht/water warmtepompen bevindt het koudemiddelcircuit zich vaak in het buitendeel, zodat eventueel gas niet binnen kan ophopen.
  • Installaties moeten voldoen aan Europese veiligheidsnormen (zoals EN 378 en IEC 60335-2-40).
Aan welke eisen moeten installatiebedrijven voldoen om installaties, waarbij propaan als natuurlijk koudemiddel is gebruikt, te mogen installeren?

Het installatiebedrijf zelf moet:

  • Een bedrijfscertificaat BRL 100 of BRL 200 hebben.
  • Beschikken over procedures voor veilig werken met brandbare koudemiddelen.
  • Toegang hebben tot goedgekeurde meet-, vacumeer- en afpersapparatuur die geschikt is voor propaan.
Aan welke eisen moet ik als installateur voldoen om installaties, waarbij propaan als natuurlijk koudemiddel is gebruikt, te mogen installeren?

Installateurs die met propaan (R290) werken moeten: 

  • Een persoonlijk vakbekwaamheidsbewijs (Koudemiddelen-cat. A3) hebben, dat aantoont dat ze mogen werken met brandbare koudemiddelen.
  • Dit certificaat wordt vaak behaald via technische opleidingen met een STEK-certificaat.
  • Specifiek moeten ze een natuurlijke koudemiddelenopleiding hebben gevolgd (bijv. "Werken met A3-koudemiddelen zoals propaan of isobutaan").
Hoeveel ervaring heeft alpha innotec met propaan (R290) als natuurlijk koudemiddel voor warmtepompen?
Alpha innotec werkt al sinds 1998 met propaan als koudemiddel. Het bedrijf was ruim twintig jaar geleden de eerste Duitse fabrikant die warmtepompen met propaan in serieproductie bracht. Oprichters Artur Rodecker en Heinz Weggel waren duurzame pioniers, ze waren hun tijd ver vooruit.
Waarom is propaan (R290) een geschikt natuurlijk koudemiddel?
De verschillen tussen koudemiddelen zijn groot, zo heeft R410A een GWP-waarde van 2.088. Dat betekent dat één kilo ervan gelijk staat aan twee ton CO². R32 scoort met GWP 675 al beter, maar dat is nog steeds veel. Ter vergelijking: het natuurlijke koudemiddel propaan, ofwel R290, zit op GWP 0,02.
Wat verandert er voor mij als installateur wanneer het F-gassen besluit per 1 januari 2027 gaat gelden?
In ons whitepaper genaamd ‘Wijziging van het F-gassen besluit. Wat de nieuwe regelgeving betekent voor exploitanten, dealers en fabrikanten van warmtepompen’ hebben we op een rijtje gezet wat er voor jou allemaal verandert.
Wanneer begint de uitfasering van F-gassen?
Vanaf 2025 begint de gefaseerde uitbanning van F-gassen – eerst de meest schadelijke tot volledige uitfasering in 2050. Het gaat om het verbod op gefluoreerde broeikasgassen met een hoog aardopwarmingsvermogen (GWP).