Service - 432

Veilig installeren van warmtepompen met propaan (R290) 

Warmtepompen met propaan (R290) als koudemiddel zijn niet gevaarlijker dan andere warmtepompen met een ander koudemiddel. Wel vraagt het extra aandacht bij de installatie. Om de veiligheid van mensen en gebouwen te waarborgen, moeten deze toestellen volgens strikte richtlijnen worden geplaatst en onderhouden. In alle gevallen geldt dat je de handleidingen van de betreffende typen machines moet volgen. De aanwijzingen van de fabrikant zijn in ieder geval verplicht om te volgen. 

Plaats het toestel nooit in- of boven holtes, nissen of andere ruimtes waar in geval van lekkage koudemiddel kan ophopen. Let erop dat een eventuele lekkage nooit kan leiden tot het vrijkomen van koudemiddel binnen het gebouw of in situaties waarin personen gevaar kunnen lopen. 

In de veiligheidszone, de ruimte tussen de bovenkant van het apparaat en de grond, mogen zich geen ontstekingsbronnen, ramen, deuren, ventilatieopeningen of lichtschachten bevinden. De wanddoorvoer voor leidingen naar binnen moet altijd gasdicht worden uitgevoerd, zodat er bij lekkage geen dampen het gebouw kunnen binnendringen. 

 

Product Manager Erwin Janssen

Erwin Janssen Product Manager

Propaan buitenopstelling warmtepomp
Buitenopstellinge propaan 1

Binnenopstelling bij bodemwarmtepompen

Voor binnen opgestelde brine/water-warmtepompen met propaan gelden aanvullende eisen. Houd rekening met de plaatselijke voorschriften en normen voor de installatieruimte. Bij een lekkage zou in een ruimte een brandbaar gas-luchtmengsel kunnen ontstaan. Voor warmtepompen met een koudemiddelvulling waar max. 150 gram koudemiddel uit kan stromen bij een calamiteit, dient de installatieruimte een vrij volume te hebben van 1,7 m^3.  

Bij warmtepompen met een grotere koudemiddelinhoud dient een ventilatievoorziening te worden aangebracht die, indien er koudemiddel uit het circuit lekt, dit direct naar buiten wordt afgevoerd. De exacte hoeveelheid koudemiddel is altijd te vinden op het typeplaatje van het toestel. Deze informatie geldt ook voor de nieuwe WZSV63 op propaan (R290).  

Alleen gecertificeerd vakpersoneel

Werkzaamheden aan installaties met brandbare koudemiddelen mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd en gecertificeerd vakpersoneel. Het betreft hier het werken aan het koudemiddel deel zelf.

 

Veelgestelde vragen over propaan

Dagelijks krijgen wij vragen over certificering, veiligheidsmaatregelen en de technische aspecten van propaan. Begrijpelijk, daarom hebben wij de veelgestelde vragen op een rijtje gezet.

Hoe groot mag bij propaan (R290) de koudemiddelvulling zijn en wat betekent dat praktisch?

Bij toepassing van een buitenopstelling van monobloc warmtepompen zijn vullingen relatief klein, wat bijdraagt aan veiligheid. Hier gelden wel veiligheidszones.

Voor binnen opgestelde warmtepompen geldt een grenswaarde van 150 gram. Indien er minder dan 150 gram zou kunnen weglekken, hoeven er geen aanvullende veiligheidsmaatregelen te worden toegepast zoals het geval is bij de WZSV 63K1/3M.

Daarboven dienen wel extra maatregelen te worden getroffen zoals een ventilatievoorziening naar buiten. Voor grotere systemen gelden andere grenswaarden en veiligheidsmaatregelen.

Is het hebben van een warmtepomp met propaan als koudemiddel gevaarlijk voor bewoners?

Een warmtepomp met propaan (R290) als koudemiddel is door de extra veiligheidsmaatregelen niet gevaarlijker dan andere warmtepompen met een ander koudemiddel. 

  • Ze bevatten slechts een kleine hoeveelheid propaan, meestal minder dan 1 kg. 
  • De koudemiddelkringloop is hermetisch afgesloten (d.w.z. geen schroefverbindingen die kunnen gaan lekken).
  • Bij lucht/water warmtepompen bevindt het koudemiddelcircuit zich vaak in het buitendeel, zodat eventueel gas niet binnen kan ophopen.
  • Installaties moeten voldoen aan Europese veiligheidsnormen (zoals EN 378 en IEC 60335-2-40).
Aan welke eisen moeten installatiebedrijven voldoen om installaties, waarbij propaan als natuurlijk koudemiddel is gebruikt, te mogen installeren?

Het installatiebedrijf zelf moet:

  • Een bedrijfscertificaat BRL 100 of BRL 200 hebben.
  • Beschikken over procedures voor veilig werken met brandbare koudemiddelen.
  • Toegang hebben tot goedgekeurde meet-, vacumeer- en afpersapparatuur die geschikt is voor propaan.
Aan welke eisen moet ik als installateur voldoen om installaties, waarbij propaan als natuurlijk koudemiddel is gebruikt, te mogen installeren?

Installateurs die met propaan (R290) werken moeten: 

  • Een persoonlijk vakbekwaamheidsbewijs (Koudemiddelen-cat. A3) hebben, dat aantoont dat ze mogen werken met brandbare koudemiddelen.
  • Dit certificaat wordt vaak behaald via technische opleidingen met een STEK-certificaat.
  • Specifiek moeten ze een natuurlijke koudemiddelenopleiding hebben gevolgd (bijv. "Werken met A3-koudemiddelen zoals propaan of isobutaan").
Hoeveel ervaring heeft alpha innotec met propaan (R290) als natuurlijk koudemiddel voor warmtepompen?
Alpha innotec werkt al sinds 1998 met propaan als koudemiddel. Het bedrijf was ruim twintig jaar geleden de eerste Duitse fabrikant die warmtepompen met propaan in serieproductie bracht. Oprichters Artur Rodecker en Heinz Weggel waren duurzame pioniers, ze waren hun tijd ver vooruit.
Waarom is propaan (R290) een geschikt natuurlijk koudemiddel?
De verschillen tussen koudemiddelen zijn groot, zo heeft R410A een GWP-waarde van 2.088. Dat betekent dat één kilo ervan gelijk staat aan twee ton CO². R32 scoort met GWP 675 al beter, maar dat is nog steeds veel. Ter vergelijking: het natuurlijke koudemiddel propaan, ofwel R290, zit op GWP 0,02.
Wat verandert er voor mij als installateur wanneer het F-gassen besluit per 1 januari 2027 gaat gelden?
In ons whitepaper genaamd ‘Wijziging van het F-gassen besluit. Wat de nieuwe regelgeving betekent voor exploitanten, dealers en fabrikanten van warmtepompen’ hebben we op een rijtje gezet wat er voor jou allemaal verandert.
Wanneer begint de uitfasering van F-gassen?
Vanaf 2025 begint de gefaseerde uitbanning van F-gassen – eerst de meest schadelijke tot volledige uitfasering in 2050. Het gaat om het verbod op gefluoreerde broeikasgassen met een hoog aardopwarmingsvermogen (GWP).